Terug in de geliefde Apennijnen – april/mei 2026

De Monti Sibillini torenen uit boven de regios Umbria en Le Marche. Wij liepen daaromheen een ”anello”, een ring die niet boven de 1800m uitkwam. Dat was perfect. De echt hoge toppen van ca. 2400m waren nog te besneeuwd om te bewandelen. De laatste dagen liepen wij op de Sentiero Italia richting Gualdo Tadino. 

Een mooie voorjaarswandeling dus, met hogerop sneeuw en koude en op de hellingen genoeg groene bossen, voorjaarsbloemen (waar we te weinig foto’s van hebben genomen…) en een aangename temperatuur die de lente het perfecte wandelseizoen maken. Ook de fauna was zich aan het ontluiken. Elke avond hoorden we een blaffend hert anderen waarschuwen of het territorium afbakenen (waarschijnlijk vanwege ons, oeps). Ook werden wij tot tweemaal toe tijdens de lunch bezocht door een vos omdat we zo stilletjes aan het eten en slapen waren. N had een bijzonder goed (en bruikbaar) oog om slangen op het pad op tijd te spotten en in de sneeuw zagen we verse voetsporen van een wolf. Opvallend was ook de uitzonderlijk felle maneschijn: zelden veroorzaakt de maan schaduwen, op deze reis bijna elke nacht. Alsof er een lantaarnpaal boven de tent stond. 

Ook de verlatenheid van het gebied blijft ons bij. In de 11 wandeldagen hebben wij in totaal 5 andere wandelaars gezien… Bovendien zijn er weinig voorzieningen open voor trekkers. Veel restaurants en rifugio’s waren dicht en af toen moesten we echt van de route af om de volgende proviand in te kunnen slaan. Veel dorpjes en rifugio’s zijn nog in wederopbouw na de verwoestende aardbevingen van 2016/2017. Hartverscheurend om te zien dat bijna tien jaar later nog veel mensen in noodwoningen wonen en dat hele delen van dorpjes nog verboden ”zona rossa” zijn. 

Op de terugweg lazen we een boekje over de mythische figuur Sibyl, waar de bergketen naar is vernoemd. Zij is een onderwereldse koningin die hoog in de bergen diep in een grot woont en daar heerst over een koninkrijk van verdoemden. Hoewel wij deze mystiek niet persoonlijk zijn tegengekomen zijn ook wij in beroering geraakt van dit bijzondere stukje van de Apennijnen en zullen wij hier ongetwijfeld terugkeren.